| Natasha Gerson (1969)
debuteerde in 1996 met Plaatstaal, een roman over de
teloorgang van de kraakbeweging in Amsterdam in de
periode 1985-1995. In mei 1997 verschijnt: De zielen van Midgard bij Van Gennep, Amsterdam Boekomslag: Schilderij van Mark van Elburg Een fragment: "Ada zal altijds blijven leven volgens de leer van de profeet Arnzer (die de hare niet is), omdat ze het pad van haar echtgenoot moet aanhouden. Tijdens haar leven en ook wanneer hij mocht sterven. Ze weet wat de ultieme uitdaging zal zijn, de uiteindelijke verzoeking. Want verzoekingen daar gelooft Ada inmiddels wel in. Als alle ellende die ze in haar leven heeft moeten doorstaan geen uitdagingen uit de Hoge zijn die later, als oorlogsbonnen voor suiker, aan het Grote Loket van Petrus kunnen worden ingewisseld tegen wolk en harp, wat heeft ze dan nog? Met haar dochter Hannah, wedergeborene, heeft Ada al meer dan tien jaar geen normaal gesprek meer gevoerd. Een beetje laagdunkend heeft Hannah laatst aan haar moeder gevraagd of 'het een beetje gaat met de zielepijn', maar omdat haar moeder weet wat Hannah's remedie tegen zielepijn zou zijn, heeft ze toen niet geantwoord. Hannah geeft haar moeder vaak mooie boekjes uit de Agapˇ-reeks, met optimistisch gekleurde kaften en gezet in een groot lettertype, die handelen over wonderen en bekering. Laatst het verhaal van een alcoholist |
en gokker, die op het moment
dat hij helemaal ziek en berooid geworden was, zijn
handen had samengeknepen, gebeden... en hopla, natuurlijk
was Jezus Christus in eigen persoon aan het twistzieke
drankorgel verschenen. Waarom altijd aan een of andere
verlepte mislukkeling die pas als alles faalt een keer
aan Hem gedacht heeft, denkt Ada, terwijl ik het zelf mag
opknappen. Ik werk me al mijn hele leven kapot, het
Liefste Kind is doodgegaan, mijn knie‘n heb ik bloedend
gebeden, maar Hij zal niet langskomen. Hij heeft het te
druk met mensen uit de zomp te trekken die daar door
eigen toedoen in zijn beland. Toch zal ze God, Jezus,
Jacob noch Anzer ooit de rug toekeren. Eenzelfde soort
relatie als Ada met Onze Lieve Heer, onderhoudt Nadine
Saks met de Gemeentelijke Sociale Dienst. Hun
handelswijze is voor haar even ondoorgrondelijk als die
van de Heer voor Ada. Hogere Machten die maar beschikken
wat ze belieft, waar men wel met woede over zoveel
onrecht tegenover kan staan, met razernij over zoveel
onmacht, maar die niet gelaten kunnen worden voor wat ze
zijn, omdat de wortels der gewenning te zeer zijn
ingewerkt, omdat men niet anders meer kent, omdat ze
zonder het Onbekende in al zijn Leegheid en Naaktheid
gaapt. Dus terwijl Ada blijft bidden, schrijft Nadine
steeds persoonlijker wordende briefjes aan de bahandelend
ambtenaar van het rayonkantoor." (fragment uit De zielen van Midgard) |